RUUD: de beste tips à Paris

[RUUD:] de beste tips à Paris
Ruud & Olcay

Soms ben ik jaloers op mensen die voor het eerst naar Parijs gaan. Die eerste keer is zo magisch. Zo betoverend. En Parijs was voor mij liefde op het eerste gezicht. Groots, meeslepend en onverstaanbaar. In alle opzichten. De stad, de cultuur en vooral de onnavolgbare fransen.

Waar moet je in hemelsnaam beginnen? Daar zijn geen regels voor. Maar wil je in een keer alles voelen? Dan Avenue des Champs-Élysees. De levensader van deze metropool. Een wandeling door la plus belle avenue du monde (mooiste laan ter wereld) laat je ervaren dat dit de Franse trots is. Winkels waar de maandhuur hoger is dan op Fifth Avenue in New York. Waar je het gevoel hebt dat een rijbewijs totaal overbodig is. Maar ook schoonheid van de straten en gebouwen met verborgen parken, de kaarsrechte bomenparade richting de Arc de Triomphe. En er is telkens meer; de Basilique du Sacré-Coeur bijvoorbeeld. De kerk waar je alleen maar komt door je benen flink te trainen. De luie toerist kan deze tourist trap prima overslaan want op veel punten in de stad zie je deze witte parel van travertijn die de wacht houdt over de Montmartre. Wie komt voor de schilders (place du Tertre is van oudsher een plek waar kunsternaars letterlijk samen schoolden) heeft pech, maar wie op zoek is naar een souvenir of crêpe valt met z’n neus in de boter. 

Wie chronologisch te werk wil gaan begint natuurlijk bij het oudste stukje stad. Het begon ooit op het eiland Île de la Cité, omringd door rivier de Seine. Dat hield de vijand lekker makkelijk op afstand. Wandel, fiets of step en neem de brug vanaf het Louvre (bij voorkeur de Pont Neuf, ooit door Christo ingepakt) naar de Notre-Dame. Vlak voor de ingang van de indrukwekkende kathedraal in wederopbouw zie je koperen plaquette in de grond. Dat is het “nulpunt” van de wegen in Frankrijk. Alle afstanden tussen Parijs en andere steden worden vanaf dit punt gemeten. Leuk weetje als je op weg bent met de auto. 

Hotel des Invalides is de plek waar Napoleons graf staat. Geloof me, dit is de meest mechalomane manier om iemand te eren. Zien is geloven. Ach, ik kan wel uren doorgaan met tips en verhalen. Inmiddels ben ik een soort reisleider geworden.

Oké, nog één dan. Een must see is natuurlijk de Eiffeltoren. Dat immense ingenieuze bouwwerk ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling in 1889. De eerste keer dat ik de toren beklom vond ik best eng. Mijn angst kwam uit onwetendheid. Hoe kon roestend ijzer zo lang blijven staan?! Totdat iemand mij vertelde dat ik niet de enige was met die gedachte. Het is toch ook bizar met dat gewicht, die hoogte en leeftijd. En al die regen, warmte, kou en stormen. Al meer dan honderddertig jaar één van de beroemdste onnatuurlijke wereldwonderen. De Eiffeltoren is van smeedijzer(!) gemaakt en dus bestand tegen verschillende weersomstandigheden en metaalmoeheid (het verliezen van sterkte, elasticiteit en hardheid van metaal). In de zomer zet de toren uit. Als je hoogtevrees hebt ga dan in de winter, want bij extreme kou krimpt de toren zo’n 10 centimeter. Scheelt toch! Maar serieus; Ga vooral naar de tweede etage. Daar heb je het mooiste uitzicht. De derde is wellicht leuk voor je bucket list maar brengt je niet veel meer dan een claustrofobische ruimte met beperkt zicht achter glas.

En voor wie ik nog meer gerust moet stellen en ertegenop ziet deze belevenis te trotseren… 300 miljoen mensen gingen je voor.

Over Parijs vertellen is mijn grootste hobby en dit smaakt naar meer. En meer. En meer.

Vragen kan ook. Zo lang je maar niet vraagt wie de Eiffeltoren heeft gebouwd en op welke dag de Fransen Quatorze Juillet in 2023 vieren.